Mauritshuis en The Frick Collection - Verhalen over the Frick

EN

Frick als verzamelaar

In het begin besteedt Frick nog geen hoge bedragen aan kunst. Hij koopt werk van plaatselijke kunstenaars en Franse schilders van de School van Barbizon. Pas in New York, toen hij in de vijftig was, betreedt Frick de markt van internationale kunst en koopt hij de meesterwerken van Titiaan, Holbein en Rembrandt. Voor zijn nieuwe huis op Fifth Avenue verwerft hij vanaf 1913 ook meubelen. Hij blijft kopen tot vlak voor zijn dood. Vermeers
Dame en dienstbode is zijn laatste aanwinst.

Voorbeeld van Europa

Fricks smaak is vrij traditioneel. Net als de Britse adel heeft hij een voorkeur voor majestueuze portretten en meeslepende landschappen. Hij houdt van Engelse kunstenaars, zoals Constable en Gainsborough, en van Hollandse meesters zoals Van Ruisdael en Rembrandt.

Hij is onder de indruk van The Wallace Collection in Londen. Mogelijk ontstaat daar het idee om zelf ook een hoogwaardige privécollectie op te bouwen en zijn huis als museum open te stellen.

Legaat

Frick bepaalt dat zijn huis en zijn collectie na zijn dood een museum moeten worden. Zijn testament wordt later zo uitgelegd, dat zijn eigen aankopen het huis niet mogen verlaten. Dankzij een grote som geld die hij daarvoor naliet, is The Frick Collection ook na zijn dood blijven groeien. Het bezit is sinds-dien zelfs met dertig procent toegenomen. Sommige van deze latere aanwinsten beschouwen we tegen-woordig als de iconen van het museum, zoals het
Portret van de Comtesse d’Houssonville van Ingres.

Helen Clay Frick (1888-1984)

Fricks dochter Helen speelt na de dood van haar vader een belangrijke rol in The Frick Collection. Zij besteedt veel tijd aan kunstgeschiedenis en ontwikkelt zich tot kunstkenner. Ze is de sturende kracht achter veel aankopen van het museum. In 1920 richt ze, ter nagedachtenis aan haar vader, bovendien de Frick Art Reference Library op, een kunsthistorisch onderzoekcentrum dat grenst aan het museum en waarvan ze 64 jaar lang directeur is.